Jazz in de Oostzee

(roman. 224 blz. Uitg. Bodoni. ISBN 90-5526-039-8.

Inmiddels vrijwel uitverkocht, maar de auteur beschikt

nog over een aantal exemplaren. Neem daarover

eventueel via info@bobrigter.com  even contact op.)

‘Jazz in de Oostzee?’ zei ze. ‘Maar daar zit je toch helemaal verkeerd?’

Dat is de openingszin van deze roman. En daar gaat het over. Verkeerd zitten. De hoofdpersoon is een jazzmuzikant die niet speelt; een wat verknipte taalkundige, die verstrikt raakt in een persiflage van universitair machtsspel en ritueel. De man is een outsider in twee werelden, en het loopt uit de hand wanneer hij als opstapper meevaart op een zeiljacht in de Oostzee. 

De episodes met Nelson Williams, Dexter Gordon, Ben Webster, Johnny Griffin, Chet Baker, en tientallen Nederlandse jazzmuzikanten, zijn waar gebeurd. De rest is fictie. Die tweedeling in realiteit en fictie kenmerkt ook de belevenissen van de hoofdpersoon.

Jazz in de Oostzee is een roman over de baslijnen van een gevoel. Tragi-komisch, als de blues.

 

 Recensies: 

Leidsch Dagblad, 13 april 1995: “Bob Rigter debuteert met eerste Nederlandse jazz-roman.” (Marco van Pelt) 

Volkskrant, 18 april 1995: “[...] wat me door het boek heen trok was die mooie, Krol-achtige verteltrant, in combinatie met een eigen gevoelstoon [...]
Het is een pure jazzsolo, met verwijzingen, citaten en wat zich maar aandient bij een reeks vrije associaties op het bluesschema. Het is zoiets als James Joyce, gedeeld door Krol en Gordon, vermenigvuldigd met Rigter die Eliot citeert. Die combinatie van anarchie, wereldwijsheid en vormvastheid, ook wel bekend als de blues:
  ‘Ik heb naar je geluisterd. Ik vind het wel mooi, maar ik heb er geen verstand van, weet je.’
  ‘Het gaat niet om verstand,’ zeg ik. ‘Het gaat om gevoel.’
  Dat gevoel bindt je aan het boek en als beloning krijg je een heuse ontknoping. Die schudt de schrijver uit zijn mouw nadat hij, zoals het een jazzman betaamt, eerst even door het lint is gegaan.
Goed geblazen, yeah man, preach me the blues. This sure ain’t no novel for no squares, man.” (Martin Schouten)

Parool, 5 mei 1995: “Jazz in de Oostzee bestaat uit korte zinnetjes, losse woorden en veel witregels. Net als een solo van Miles Davis: compacte frases, lange denkpauzes. Ik maak deze vergelijking niet voor niets, want het romandebuut van Bob Rigter is echt een jazzboek.
[...] Duizenden amateur-muzikanten zullen zich in de hoofdpersoon herkennen. Uw recensent zat bij alle jazzverhalen vol begrip mee te knikken. Maar ook andere belevenissen van de ik-figuur komen ter sprake: zijn eerste erotische ervaringen, zijn belevenissen als kind in de Tweede Wereldoorlog en, later, de onenigheid met zijn burgerlijke onderwijscollega’s.
  De beschrijvingen van jazzconcerten zijn authentiek [...] Mooie passages zijn dat [...] En dan die rampzalige nachtelijke taferelen die in het jazzleven onvermijdelijk lijken te zijn [...] Echt een boek voor jazzcats. Wijlen Michiel de Ruyter had het prachtig gevonden.” (Jeroen de Valk)

AVRO’s Muziekmozaiek, zondag 7 mei 1995: “We hebben deze afgelopen week ongelooflijk veel gelezen over de oorlog, over de bezetting, over de donkere dagen, over de bevrijding, maar er is één boek dat afwijkt van bijna alle andere geschriften over die Tweede Wereldoorlog. Het is een boek van de jazzsaxofonist en taalkundige Bob Rigter [...] Jazz in de Oostzee is een heel wonderbaarlijk geconcipieerd verhaal van een tocht op een zeiljacht in die Oostzee. De herfst, de zee, de Deense havens, figuren die daar rondhangen, dat maakt het allemaal tot een kleurige achtergrond. Maar daar tussendoor, loopt zijn oorlogsverhaal [...] Een werkelijk wonderbaarlijke kaleidoscoop van vreugde en verdriet. En ook liefde speelt natuurlijk een rol in dit verhaal.
  [...] Ter ere van zijn zeer unieke boek, draai ik een schitterend optreden van twee andere grote tenorsaxofonisten: Ben Webster en Coleman Hawkins.
  [...] Bob Rigters boek Jazz in de Oostzee is een boek vol dubbele bodems, en je zou het kunnen noemen een roman over de baslijnen van een gevoel. Het is tragi-komisch zoals ook de blues dat is.” (Willem Duys)

Het Nieuwsblad van het Noorden, 11 mei 1995: “Jazz in de Oostzee is een roman die velen leesplezier zal verschaffen.” (Jacob Moerman)

Jazz in Friesland, april 1995: “Een prachtig muzikaal geschreven verhaal waarin fictie en werkelijkheid naadloos in elkaar overgaan.” (Harry Töben)

De Nieuwe Revu, 17 mei 1995: “[...] zelden las ik een boek dat zo geïmproviseerd lijkt te zijn geschreven maar o zo zorgvuldig gestileerd is. De wetten die op jazz van toepassing zijn [...] sluiten naadloos aan bij de stijl van het boek en de wederwaardigheden van de hoofdpersoon.” (Bas Senstius)

Leids Universitair Weekblad MARE, 18 mei 1995: “Akelig overtuigend geeft hij een beeld van de machtsstrijd binnen een faculteit als Letteren bij de landelijke taakverdelingsoperatie van tien jaar geleden [...] Niet alleen fragmenten van de werkelijkheid vliegen uit de pen. Ook de fantasie, het gevoel van de solerende muzikant op zoek naar zichzelf, krijgt een kans [...] Als een Orpheus met zijn muziek wil hij de vrouw van zijn dromen redden uit de onderwereld, hoewel hij weet dat hij de verleiding niet kan weerstaan om achterom te kijken, en daarmee de liefde voorgoed te laten glippen. ‘Jazz in de Oostzee’ is geschreven met het melancholische gevoel van een jazzmuzikant: een met zichzelf in de knoop liggende outsider is op zoek naar zijn roots, op zoek naar de liefde - en weet dat hij die nooit zal vinden.” (Ries Agterberg)

Jazz Nu, juni 1995: “[...] Anekdotes over fameuze musici, navrante en lachwekkende, heeft hij in zijn boek ruim rondgestrooid. Geen misverstand echter: Jazz in de Oostzee is echt een roman, een literair werk waarin de hoofdpersoon in een veranderingsproces geraakt, compleet met crisis-en-al [...] De jazzverhalen - volgens de verantwoording allemaal waar gebeurd - hebben een wezenlijke functie, staan er niet voor sier of leut. Ze dragen bij aan het beeld van de outsider, de man ‘die verkeerd zit’, de medespeler die er toch buitenstaat. Chet Baker, Nelson Williams, Ben Webster, Dexter Gordon - hun wederwaardigheden functioneren als spiegelbeelden van de situatie waarin de hoofdpersoon verkeert, van de gedachten die hem bezighouden. Puur naar de letterkundige kant gekeken, zit dit boek wat vol [...] En toch is dit een ontzettend lekker boek. Ik heb het tenminste in één ruk uitgelezen, en dat is de laatste jaren weinig voorgekomen. Het swingt, er zit vaart en afwisseling in, en er gebeurt tenminste iets. [...] De leeshouding die na een tijdje over je heen komt, doet ergens aan herinneren. Waaraan? Aan het echte, ouderwetse jongensboekengevoel. En dat is positief bedoeld: want de thematiek in Rigters boek is wel degelijk volwassen, daar halen we niets af. Maar het is ook avontuurlijk, humoristisch, interessant en welja – romantisch [...] Een afgerond verhaal. Uiteindelijk komt alles op zijn pootjes terecht. De hoofdpersoon gaat weer spelen. ‘Jazz als Euridice. Ik loop door. Ik kijk niet om.’” (Coen de Jonge)

De Telegraaf, 17 augustus 1995: “Tevreden legde ik nog die zelfde avond het werk uitgelezen naast het bed.” (Rob Hammink)

Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum: “Bob Rigter is jazzmusicus (tenorsax) en schrijft daarover. Feitelijke verslagen van jamsessies en optredens van en met meer en minder bekende jazzmusici (Ben Webster, Dexter Gordon etc.) Maar Rigters debuut bevat naast die feitelijkheden ook fictie. Over de gevoelens en ervaringen van een man op latere leeftijd. Aan de orde komen zijn jeugd, zijn relaties met vrouwen, zijn traumatische oorlogservaringen, zijn werk. In een boeiend relaas van een bootreis fenomenaal in elkaar vervlochten. Een sterk debuut, een psychologische roman die zeker voor leeftijdsgenoten van de schrijver (1934) en jazzliefhebbers aantrekkelijk zal zijn. Dit debuut doet ons uitzien naar het vervolg.” (Drs. E. A. van Kemenade)

TROS Kompas, 20-26 januari 1996: “Een boeiend oorlogsverhaal waarin jazzmuziek en de faculteit Letteren weliswaar een rol spelen, maar dat voor iedere lezer die van avontuur, humor en romantiek houdt, gewoon lekker wegleest. Een swingend boek als het ware!”

Vrij Nederland, 24 februari 1996: “ [...] Hij vervlecht authentieke anekdoten over Dexter Gordon, Ben Webster, Chet Baker, Johnny Griffin en tientallen Nederlandse jazzmusici met een fictief verhaal over een zeiltocht door het Deense deel van de Oostzee. Dat levert ongebruikelijk, associatief proza op waarin oorlogsherinneringen, muziektheoretische bespiegelingen, verloren liefdes, flarden jazzgeschiedenis en filosofische wijsheden van een gerijpte vrijbuiter over elkaar buitelen. De stijl doet in de verte denken aan Bernlef. Rigter is royaal met functioneel wit en houdt van korte staccatozinnen: ‘En dan, uit. Afgelopen. Jazz. Dat was het. Een bluesakkoord blijft hangen.’ Alsof hij de parallel tussen het toetsenbord van zijn tekstverwerker en de knoppen van zijn tenorsax verkent, is hij op zoek naar een ritmisch vocabulaire dat hem bij de non-verbale expressie zo van pas kwam: weerbarstig, vol onverwachte wendingen, zich voortstuwend naar de volgende apotheose. Het boek heeft meer dan één thema. Daar steekt het dilemma bovenuit van de universitaire docent met oranje schoenen, die het échte leven met jazz associeert.” (Rudie Kagie)

                                                                                                                                                           home